recepten
Skip to content


Smaakpapillen van meisjes en de toekomst voor jongens

Smaakpapillen van meisjes zijn beter ontwikkeld dan die van jongens. Wat de vorige zin zegt is voor mij ondertussen geen nieuws meer. Al enige tijd onderzoekt men smaakpapillen waarbij het waarderingsverschil in geslacht duidelijk is erkend. Jongens hebben ongeveer 10% meer zure en 20% meer zoete ingrediënten nodig om te kunnen proeven hoe smakelijk voeding is. Dit is gebaseerd op een studie bij jongeren rond de gevoelige leeftijd van 12.

Betekent dit dat vrouwen in het algemeen uiteindelijk beter kunnen proeven of dat vrouwen anders proeven? Deze vraag werd niet behandeld. De conclusie wordt namelijk gebaseerd in functie van concentraties van stoffen in een product. Vrouwen proeven in functie van concentratie aan suiker en zuur inderdaad beter. Maar wetende dat smaakpapillen en hun perceptie biologisch verschillend zijn bij jongens en meisjes, dan vraag ik me af of deze functie in het onderzoek wel gerechtvaardigd is? Wat gebeurt er wanneer je de functie bijvoorbeeld verlegt naar een combinatie van ingrediëntenconcentratie en cognitieve adaptatie.  Of wanneer je een studie uitvoert over de evolutie van smaakherkenning tot latere leeftijd.

De studie – waar niet zoveel op aan te merken is; wel op de vereenvoudigde conclusies bij populaire media – had de aanbeveling dat het goed zou zijn om extra zuren aan snacks toe te voegen ipv de ongezonde toegevoegde suikers, zouten en vetten, zodoende jongens de snacks op die manier zouden lusten.

Verder gaand op mijn vorig bezwaar zou ik graag bij deze aanbeveling ook iets willen opmerken. Elk natuurlijk voedingswaar (behalve water..) heeft bijgevolg “een smaak”. Een wortel smaakt bijvoorbeeld naar een wortel. Bij een jongen smaakt die zoals jongens wortels smaken en bij meisjes zoals meisjes wortels smaken. Aangezien wij smaken lusten dankzij een evolutionair cognitief proces, hoeven wij dan iets toe te voegen aan een product zodoende we het product sneller zouden lusten? Is het werkelijk zo dat als een smaak versterkt wordt dankzij toevoeging van bvb zuren dat een jongen de smaak dan sneller zou lusten? (niet inclusief het toevoegen van suiker bij kinderen, dat is een ander verhaal)

Moest men stellen dat dat in onze samenleving het geval is dankzij een markt vol alternatieven met additieven voor een sterke smaak (Chips en allerlei convenience food). Dat jongens wortels dus mijden voor een smakelijker alternatief zoals chips. Is het dan beter om in snacks meer zuren dan suikers of zouten toe te voegen? Eenvoudig bekeken: ja.

Maar is een snack dan nog lekker? Bewijst onze smaakcultuur dat zodra er een (subtiel) evenwicht in smaak kan worden nagestreefd in een gerecht, dit dan ook wordt gewenst? Dat er dus naast zuren liefst ook suikers zijn. Of is dat evenwicht in smaak bij recent convenience food (de nieuwe soorten chips bvb) er gewoon dankzij de universalistische aanpak van voedingsbedrijven? (om de hoek lurkt de filosofie rond vereenvoudiging van onze leefwereld)
Maar iets verder is er dan weer de opmars van het gevoel voor diversificatie (Wim Delvoye) en decentralisatie (energy, food, … – green sustainable economy). Geld dit ook voor smaak? Als ik de culinaire trends mag geloven: ja. Dus misschien is een aanbeveling om zuren een snacks toe te voegen dan nog niet zo’n slecht idee. Liever zure chips dan zoet – zout – zure chips maar toch liever de erkenning van de smaak van een wortel.

Posted in Uncategorized.


0 Responses

Stay in touch with the conversation, subscribe to the RSS feed for comments on this post.



Some HTML is OK

or, reply to this post via trackback.